Vorige week mocht ik een kindje dopen met de mooie naam Eden. Ouders kiezen meestal een naam omdat ze die zelf mooi vinden, omdat hij verwijst naar iemand uit de familie of misschien naar een persoon die ze bewonderen. Maar in dit geval kozen deze ouders heel bewust voor een naam die verbonden is met hún katholieke geloof. Ze verwoordden dat ook tijdens de doopliturgie.
Aan het begin van de plechtigheid stelde ik hen de officiële vraag: “Ouders, welke naam hebt u aan uw kind gegeven?” Hun antwoord was bijzonder mooi: “Eden. Voor ons betekent die naam: ‘In Zijn aanwezigheid.’ Nergens was God zo dicht bij de mens als in de tuin van Eden: een vredevolle en volmaakte plaats. Wij geloven dat God, waar ze ook gaat, over haar waakt en dat ze altijd onder Zijn bescherming staat.”
Die doop zette mij ook aan het denken. Want wat weten wij eigenlijk nog over de tuin van Eden? Ik stelde die vraag de voorbije dagen aan verschillende mensen. Het antwoord kwam meestal snel: “O ja, daar woonden Adam en Eva.” En inderdaad, Eden is voor velen een bekend verhaal. Maar wie er wat langer bij stilstaat, ontdekt een boodschap die veel dieper gaat.
We vinden het verhaal van Eden helemaal aan het begin van de Bijbel, in het boek Genesis, hoofdstukken 2 en 3. Het is de plaats waar God de mens schept en hem een leven schenkt in harmonie met Hem, met de ander en met heel de schepping. In het midden van de tuin staat de boom van de kennis van goed en kwaad. Die boom herinnert ons eraan dat de mens geschapen is om God te vertrouwen en in vrijheid met Hem te leven.
Maar in diezelfde tuin gebeurt ook de zondeval. De mens keert zich van God af. De harmonie wordt verbroken en zonde, lijden en dood krijgen hun plaats in de menselijke geschiedenis. De vriendschap tussen God en mens wordt beschadigd. Wat in Eden verloren ging, kan de mens niet uit eigen kracht herstellen.
En toch eindigt het verhaal daar niet. Dat is misschien wel het mooiste. Vanaf de eerste bladzijden van de Bijbel klinkt al de belofte dat God zijn mens niet loslaat. In Jezus Christus komt God ons tegemoet en wordt de weg naar Hem opnieuw geopend. Wat door de zonde verloren ging, wordt door Christus’ verlossing hersteld.
Het is bijzonder om te zien hoe de Bijbel als het ware een grote boog maakt: helemaal aan het begin lezen we over de tuin van Eden, en helemaal op het einde, in het boek Openbaring, hoofdstuk 22, lezen we opnieuw over een paradijselijke tuin en over de boom des levens. De Bijbel begint met een mens die uit Gods nabijheid weggaat en eindigt met de mens die opnieuw mag leven in Gods aanwezigheid.
De doop van een klein meisje met de naam Eden bracht mij ertoe opnieuw mijn Bijbel ter hand te nemen. En zo werd haar naam voor mij ook een mooie herinnering aan de kern van ons geloof: God heeft ons geschapen om in Zijn aanwezigheid te leven. Hij laat ons niet los, ook wanneer wij van Hem weggaan. En in Christus opent Hij opnieuw de weg naar het leven.
Eden. “In Zijn aanwezigheid.” Wat een mooie naam om een leven mee te beginnen.
Pastoor A. Penne
Wilt u het Woord van de Pastoor voortaan in uw mailbox ontvangen? Klik hier.